Pensioen voor uw nabestaanden als u met pensioen gaat

Hieronder leest u wat er voor uw partner en kinderen geregeld is als u met pensioen gaat en welke keuzes u dan hebt.

Wat moet u weten?

 

Wat is er standaard geregeld voor uw partner?

Nabestaandenpensioen op risicobasis
Gaat u met pensioen? Dan vervalt de dekking voor het nabestaandenpensioen. Als u met pensioen gaat, bepaalt u of en hoeveel ouderdomspensioen u ruilt voor nabestaandenpensioen. Zie hieronder bij ‘Welke keuze hebt u?’ 

Wij kunnen uw partner alleen een nabestaandenpensioen uitkeren als hij of zij bekend is bij ons. Bij Pensioen voor uw nabestaanden als u in dienst bent leest u hoe u hem/haar bij ons aanmeldt.

Let op: meldt u uw partner aan als u al met pensioen bent? Dan heeft uw partner geen recht op nabestaandenpensioen bij uw overlijden. Hierop geldt één uitzondering: bent u direct na uw KLM-dienstverband met pensioen gegaan, zonder dat u een partner had? En trouwt u daarna of gaat u een geregistreerd partnerschap of een samenlevingsverband aan vóór uw AOW-leeftijd? Dan kunt u er alsnog voor kiezen om de verhouding tussen het nabestaandenpensioen en het ouderdomspensioen te wijzigen. Zie hieronder bij ‘Welke keuze hebt u?’.

Is uw partner meer dan tien jaar jonger dan u?
Dan wordt het nabestaandenpensioen (zowel het bruto, netto als het tijdelijke nabestaandenpensioen) verlaagd met 2,5% voor elk vol jaar dat uw partner meer dan tien jaar jonger is dan u. Het aantal jaren boven de tien wordt met één verminderd voor elk vol jaar dat het huwelijk, geregistreerd partnerschap of erkend samenlevingsverband heeft bestaan. Bij een bepaalde duur van de relatie wordt er dus geen korting meer op het nabestaandenpensioen toegepast.

Bent u uw relatie na ingang van uw ouderdomspensioen óf invaliditeitspensioen aangegaan? Dan geldt een verlaging met 2,5% voor elk vol jaar dat uw partner meer dan drie jaar jonger is.

Welke keuze hebt u?

Ouderdomspensioen ruilen voor nabestaandenpensioen
Bij pensionering kunt u ervoor kiezen een deel van uw ouderdomspensioen te ruilen voor nabestaandenpensioen voor uw partner. U kunt kiezen voor de verhouding 100:100 (evenveel ouderdoms- als nabestaandenpensioen) of 100:70 (het bedrag wordt zo verdeeld dat het nabestaandenpensioen 70% van het ouderdomspensioen bedraagt). Andere verhoudingen zijn ook mogelijk. Met de pensioenplanner kunt u rekenen met de verschillende keuzes en uw eigen pensioenbedrag. Staat uw besluit vast, dan moet uw partner daar altijd mee akkoord gaan.

Het voordeel van het ruilen van ouderdomspensioen voor nabestaandenpensioen is dat uw partner een inkomen heeft als u er niet meer bent. Het nadeel is dat uw ouderdomspensioen hierdoor lager wordt. Standaard is er geen nabestaandenpensioen voor uw partner (verhouding 100:0).

Netto nabestaandenpensioen aankopen
Neemt u deel aan de netto pensioenregeling en wilt dat uw partner ook een netto nabestaandenpensioen ontvangt als u komt te overlijden tijdens uw pensioen? Dan kunt u op uw pensioendatum, naast een netto ouderdomspensioen, ook een netto nabestaandenpensioen aankopen. Bij de keuze voor variabel beleggingspensioen kunt u op uw pensioendatum kiezen voor een variabel ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen in de verhouding 100:70. Bij een pensioen met een vaste uitkering kunt u bij een verzekeraar naar keuze een netto nabestaandenpensioen aankopen.

Ook hier geldt: het voordeel van het aankopen van een netto nabestaandenpensioen is dat u inkomen verzekert voor uw partner voor het geval u er niet meer bent. Het nadeel is dat uw netto ouderdomspensioen hierdoor lager wordt.

Hoe geeft u uw keuze door?

Via het formulier 'Ingang ouderdomspensioen' dat u ongeveer zes maanden voor uw pensioenrichtleeftijd ontvangt. U ontvangt bij het formulier een toelichting over het ruilen van ouderdomspensioen voor nabestaandenpensioen.

Wat is er standaard geregeld voor uw kinderen?

Als u overlijdt tijdens uw pensioen ontvangen uw kinderen het wezenpensioen dat u tijdens uw actieve dienstverband hebt opgebouwd. Wij krijgen van de Basisregistratie Personen automatisch door of u kinderen hebt. Het wezenpensioen gaat in op de dag na uw overlijden en wordt uitgekeerd tot de 18e verjaardag van uw kinderen.

Verder geldt:

  • Voor kinderen zonder ouders (volle wezen) wordt het vanaf 1 januari 2015 opgebouwde wezenpensioen verdubbeld.
  • Het wezenpensioen geldt voor maximaal zes kinderen. Bij meer dan zes kinderen wordt het maximale bedrag verdeeld over alle kinderen.
  • Studerende kinderen ontvangen tot uiterlijk hun 27e wezenpensioen of de eerdere afronding van hun opleiding. Het pensioenfonds vraagt dan ieder jaar om een studieverklaring om het wezenpensioen te kunnen uitkeren. Let op: als uw kinderen studiefinanciering van de overheid krijgen, telt het wezenpensioen als belastbaar loon mee voor de bijverdienregeling in het kader van de studiefinanciering. Op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs vindt u meer informatie.
  • Standaard is een nabestaandenoverbruggingspensioen verzekerd.  Hieruit krijgen uw kinderen naast het genoemde wezenpensioen € 4.475,- per jaar (2019) extra uitgekeerd.
  • Kinderen die zijn geboren uit een huwelijk* dat u hebt gesloten na uw AOW-leeftijd hebben geen recht op wezenpensioen.

*Of geregistreerd partnerschap of samenlevingsverband.

Netto wezenpensioen
Neemt u deel aan de netto pensioenregeling en wilt dat uw kinderen ook een netto wezenpensioen ontvangt als u komt te overlijden tijdens uw pensioen? Bij de keuze voor variabel beleggingspensioen is standaard een gelijkblijvende uitkering van wezenpensioen verzekerd. Bij de keuze voor een pensioen met vaste uitkering kunt u op uw pensioendatum, naast een netto ouderdomspensioen, ook een netto wezenpensioen aankopen, afhankelijk van de verzekeraar die u kiest.

 

Pensioen 1-2-3

Meer weten over uw pensioen?

 

Bekijk in 5 minuten 
basispensioenregeling (Laag 1-2)
netto pensioenregeling (Laag 1-2)
of bekijk de Documenten (Laag 3)