Variabel beleggingspensioen of pensioen met vaste uitkering

U bouwt in de netto regeling pensioenkapitaal op, waarmee u op pensioendatum een netto pensioenuitkering inkoopt. U hebt de keuze uit een variabel beleggingspensioen of een pensioen met vaste uitkering.

Variabel beleggingspensioen
U koopt dan netto pensioen in bij uw eigen pensioenfonds. U gebruikt een deel van uw kapitaal op uw pensioendatum om een pensioenuitkering aan te kopen voor een jaar. Het resterende kapitaal blijft belegd. Jaarlijks wordt de uitkering voor dat betreffende jaar vastgesteld. De uitkering staat hierdoor niet vast, maar is variabel. Het voordeel van de variabele uitkering is dat doorbeleggen kan leiden tot een hoger beleggingsrendement en daarmee tot een hogere pensioenuitkering. En uw totale pensioenuitkering is minder afhankelijk van de rente omdat er een uitkering per jaar wordt ingekocht. Daartegenover staat uiteraard een hoger beleggingsrisico voor u als deelnemer en minder zekerheid over uw uitkering. De effecten van deze stijgingen of dalingen worden gedempt, door het collectief beleggen van het resterende kapitaal en het ‘uitsmeren’ van het beleggingsresultaat over drie jaar.

Pensioen met een vaste uitkering
U koopt dan pensioen in bij een verzekeraar naar keuze. Het netto kapitaal wordt op uw pensioendatum in zijn geheel gebruikt voor de aankoop van een netto pensioen. De hoogte van uw netto pensioen is daarmee afhankelijk van de rentestand op dat moment. In verband met de lage rentestand van de laatste jaren kan dat in de praktijk ongunstig uitpakken. 

De verschillen op een rijtje

Variabel beleggingspensioen

Pensioen met vaste uitkering

Bij uw eigen pensioenfonds. Bij een verzekeraar naar keuze.

Elk jaar stelt het pensioenfonds een uitkering voor u vast en het resterende kapitaal blijft collectief belegd.

U koopt in één keer een pensioenuitkering in bij een verzekeraar van uw keuze. 

Uw uitkering na pensioendatum kan jaarlijks op 1 juli stijgen of dalen (*).

Op de pensioendatum staat de hoogte van uw uitkering na inkoop bij de verzekeraar vast.

De hoogte van de uitkering daalt jaarlijks met 1% (**).

Uw uitkering blijft jaarlijks gelijk.

Uw uitkering stijgt mee met een stijgende beurskoers
of een stijgende rente. Uw uitkering daalt mee met
dalende beurskoers of een dalende rente (***).

Uw uitkering stijgt niet mee met een stijgende beurskoers of een stijgende rente. Uw uitkering zakt niet als de beurskoers daalt of de rente daalt.

Het maakt wel uit hoe oud deelnemers worden (****).

Het maakt niet uit hoe oud deelnemers worden.

Wezenpensioen is standaard meeverzekerd.

Wezenpensioen is niet standaard meeverzekerd.

Indexatie is niet van toepassing. Uw variabel beleggingspensioen wordt jaarlijks aangepast aan het (positieve of negatieve) behaalde beleggingsresultaat. De vaste uitkering wordt alleen geïndexeerd als u dat met de verzekeraar afspreekt.

(*) Uw uitkering kan jaarlijks op 1 juli stijgen of dalen door: het behaalde beleggingsrendement, de rentestand en de wijziging van de levensverwachting van de deelnemers.
(**) U begint met een hogere uitkering. De hoogte van de uitkering daalt jaarlijks met 1%. Dit sluit aan bij de basispensioenregeling, waarin de meerderheid van de deelnemers kiest voor eerst een hogere uitkering en later een lagere uitkering ('hoog/laag').
(***) De effecten van deze stijgingen of dalingen worden gedempt door het collectief beleggen van het resterende kapitaal en het ‘uitsmeren’ van het beleggingsresultaat over drie jaar.
(****) Als de levensverwachting daalt, stijgt uw uitkering. Als de leeftijdsverwachting stijgt, daalt uw uitkering.

Wanneer maakt u uw keuze?

Eerste keuzemoment: tien jaar voor pensioendatum
Ruim tien jaar voor uw pensioendatum ontvangt u van ons bericht. Door regelgeving zijn wij verplicht om u dan te vragen naar uw keuze tussen een variabel beleggingspensioen of een pensioen met een vaste uitkering. Hoe kunt u uw keuze aan ons doorgeven? Log in op de Pensioenplanner en geef uw keuze online door. Na ontvangst van uw keuze, gaan wij uw beleggingen hierop aanpassen. Wat betekent dit precies:

  • Kiest u voor een variabel beleggingspensioen, dan wordt naarmate uw pensioendatum nadert steeds meer belegd in het Doorbeleggingsfonds met een gemiddeld risico en een naar verwachting gemiddeld rendement. Na uw pensioendatum koopt het pensioenfonds jaarlijks een pensioenuitkering in en blijft het resterende pensioenkapitaal collectief belegd;
  • Kiest u voor een pensioen met een vaste uitkering, dan wordt naarmate uw pensioendatum nadert steeds meer belegd in het Obligatiefonds. In dit fonds worden de risico’s steeds verder afgebouwd, waardoor het rendement naar verwachting lager is. Op pensioendatum koopt u dan in één keer een pensioenuitkering in bij een verzekeraar naar keuze.

U kunt uw keuze later nog wijzigen. Daar kunnen wel aan- en verkoopkosten aan verbonden zijn. Hoe kunt u uw wijziging aan ons doorgeven? Log in op de Pensioenplanner en geef uw keuze online door. Na ontvangst van uw keuze, gaan wij uw beleggingen hierop aanpassen. Houdt u er rekening mee dat uw wijziging gevolgen heeft voor uw beleggingen in de kapitaalopbouwfase. Wijzigt u uw keuze, dan past het pensioenfonds uw beleggingsmix aan. Daarom kan een tussentijdse wijziging gevolgen hebben voor de hoogte van uw uiteindelijke pensioenkapitaal.

Let op: Maakt u geen keuze, dan wordt belegd voor een pensioen met een vaste uitkering.

Tweede keuzemoment: uiterlijk twee maanden voor pensioendatum
Ongeveer zes maanden voor uw pensioendatum ontvangt u van ons een brief met uitgebreide informatie en het verzoek om uw keuze definitief te maken. Ook maakt u een keuze voor alleen ouderdomspensioen of ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. 

Indicatie verwachte uitkering

Op het moment dat u met pensioen gaat krijgt u een maandelijkse uitkering. In de Pensioenplanner kunt u een indicatie van uw pensioenuitkering bekijken. Hier ziet u een algemeen voorbeeld van de verwachte uitkering per jaar bij een variabel beleggingspensioen en bij een pensioen met vaste uitkering.

In dit voorbeeld is uitgegaan van:

 

Leeftijd deelnemer

48 jaar (pensioenleeftijd 58 jaar)

Maandsalaris

€ 15.000,- (100%)

Kapitaal netto regeling eind 2016

€ 30.000,-

Maandelijkse inleg netto regeling

€ 995,-

Partner

Keuze voor een verzekerd nabestaandenpensioen van
70% van het ouderdomspensioen. Uitkering is lager dan bij geen nabestaandenpensioen.

In onderstaand voorbeeld ziet u dat in het goed weer scenario en in veel gevallen ook in het verwacht weer scenario, de verwachte uitkering bij variabel beleggingspensioen:
- hoger is dan bij een pensioen met vaste uitkering
- de jaarlijkse daling van de uitkering van 1% wordt gecompenseerd door het beleggingsrendement. De uitkering in het elfde jaar is immers hoger dan of (ongeveer) gelijk aan de uitkering in het eerste jaar.

In het slecht weer scenario - waar de rendementen jaar op jaar negatief zijn - is de verwachte uitkering bij variabel beleggingspensioen:
- lager dan bij een pensioen met vaste uitkering
- in het elfde jaar duidelijk lager dan in het eerste jaar, door de combinatie van de daling van 1%.

Scenario’s:

Variabel beleggingspensioen

Pensioen met vaste uitkering

Economisch verwacht weer

In het 1e jaar na pensioendatum

In het 11e jaar na pensioendatum

per jaar

€ 10.300,-

€ 10.400,-

per jaar

€ 7.500,-

€ 7.500,-

Economisch goed weer

In het 1e jaar na pensioendatum

In het 11e jaar na pensioendatum

 

€ 14.200,-

€ 16.600,-

 

€ 9.000,-

€ 9.000,-

Economisch slecht weer

In het 1e jaar na pensioendatum

In het 11e jaar na pensioendatum

 

€ 7.500,-

€ 5.100,-

 

€ 6.200,-

€ 6.200,-

Wanneer en hoe wordt de maandelijkse uitkering bepaald?

Elk jaar wordt door het pensioenfonds op 1 juli de maandelijkse uitkering voor het jaar daarop bepaald. Uitgangspunten daarbij zijn:
- jaarlijkse daling van 1%
- de rentestand
- het resultaat van de beleggingen
- een rekenperiode van drie jaar om al te grote schokken in uw uitkering te voorkomen.

Deze wijziging gaat voor het eerst in op 1 juli in het jaar nadat u start met het variabel beleggingspensioen. Dus als uw variabel beleggingspensioen in 2017 ingaat, dan vindt de jaarlijkse aanpassing voor het eerst plaats op 1 juli 2018.

Hoe wordt uw netto kapitaal belegd?

In de opbouwfase komt uw netto kapitaal in het mixfonds.
Tien jaar voor pensioendatum wordt, afhankelijk van uw keuze, uw kapitaal belegd in één van de mixfondsen (standaard, offensief of defensief) én:

  • bij het variabel beleggingspensioen: het doorbeleggingsfonds
  • bij een pensioen met vaste uitkering: het obligatiefonds

Bij de keuze voor het variabel beleggingspensioen vindt een geleidelijke verschuiving plaats tussen het mixfonds en het doorbeleggingsfonds. Van tien jaar voor pensioendatum 100% mixfonds en 0% doorbeleggingsfonds naar 0% mixfonds en 100% doorbeleggingsfonds vlak voor pensioendatum. Bij de keuze voor een pensioen met vaste uitkering vindt een geleidelijke verschuiving plaats tussen het mixfonds en het obligatiefonds. Van tien jaar voor pensioendatum 100% mixfonds en 0% obligatiefonds naar 0% mixfonds en 100% obligatiefonds vlak voor pensioendatum.

Op pensioendatum wordt, afhankelijk van uw keuze:

  • een variabel pensioen voor u ingekocht bij uw eigen pensioenfonds. Uw resterende kapitaal blijft belegd in het doorbeleggingsfonds
  • een pensioen met vaste uitkering ingekocht bij een verzekeraar van uw keuze

In onderstaand plaatje ziet u hoe de beleggingsfondsen zijn samengesteld. Of ga voor meer informatie naar 'Beleggingen in de netto pensioenregeling'. 

Mixfonds Standaard
Het Mixfonds Standaard heeft van de drie mixfondsen  een gemiddeld risico en gemiddeld verwacht rendement. Het mixfonds Standaard is gericht op vermogensgroei op de lange termijn met een aantrekkelijk verwacht risico en rendement dat bij een vlieger past.

Mixfonds Offensief
Het Mixfonds Offensief heeft van de drie mixfondsen relatief het hoogste risico en het hoogste verwachte rendement. Er wordt meer in aandelen belegd en minder in obligaties. De beleggingen van het mixfonds zijn gericht op vermogensgroei op de lange termijn met een relatief hoger verwacht rendement dan het mixfonds Standaard.

Mixfonds Defensief
Het Mixfonds Defensief heeft van de drie mixfondsen relatief het laagste risico en het laagste verwachte rendement. Er wordt meer in obligaties belegd en minder in aandelen. De beleggingen van het mixfonds zijn gericht op vermogensgroei op de lange termijn met een relatief lager verwacht rendement dan het mixfonds Standaard.

Doorbeleggingsfonds
Het doorbeleggingsfonds heeft van de drie fondsen een gemiddeld risico en gemiddeld verwacht rendement. De beleggingen van het doorbeleggingsfonds zijn gericht op vermogensgroei met beperkter risico.

Obligatiefonds
Het obligatiefonds heeft van de drie fondsen het laagste risico en lager verwacht rendement. De beleggingen van het obligatiefonds zijn gericht op zeer beperkt risico.

Pensioen 1-2-3

Meer weten over uw pensioen?

 

Bekijk in 5 minuten 
basispensioenregeling (Laag 1-2)
netto pensioenregeling (Laag 1-2)
of bekijk de Documenten (Laag 3)