Keuzemomenten in de netto regeling

Wanneer en hoe maakt u keuzes in de netto regeling? Welke actie vragen wij dan van u?

Keuzemomenten netto pensioenregeling in beeld

Keuzes die elke deelnemer maakt

Keuzemoment 1: u gaat deelnemen aan de netto regeling, tenzij u aangeeft dat niet te willen.

  • Zodra u meer dan € 103.317,- (niveau 2017) bij een fulltime dienstverband gaat verdienen, ontvangt u van ons bericht dat u gaat deelnemen aan de netto regeling.
    • Gaat u deelnemen dan legt u standaard de premie in die is gebaseerd op de premietoelagen 1 en 2 (zie hoofdstuk 2). Wilt u de standaard inleg verhogen tot de fiscaal maximale inleg? Dan kunt u deze keuze aan ons doorgeven in de Pensioenplanner
    • Wilt u niet deelnemen? Vul dan de afstandsverklaring in. Uw eventuele partner moet deze afstandsverklaring ook tekenen.
  • Als u deelneemt aan de netto regeling, dan kiest u ook uw beleggingswijze: standaard, offensief of defensief. Automatisch richten wij de beleggingswijze in op standaard, passend bij het risicoprofiel ‘neutraal’. Gaat uw voorkeur uit naar een meer offensieve of een meer defensieve beleggingswijze? Dan bent u door regelgeving verplicht om de Profielcheck in te vullen, dit is een online checklist met zeven vragen, waarmee uw risicoprofiel wordt bepaald.
  • Als u niet deelneemt aan de netto regeling, houdt u er dan rekening mee dat er geen risicodekking is voor uw nabestaanden voor uw inkomen boven € 103.317- (niveau 2017). 

Keuzemoment 2: tien jaar voor uw pensioendatum kiest u voor een variabel beleggingspensioen of een pensioen met een vaste uitkering 

  • Door regelgeving zijn wij verplicht om u ruim tien jaar voor uw pensioendatum te vragen naar uw  keuze tussen:
    • een variabel beleggingspensioen bij uw eigen pensioenfonds;
    • een pensioen met een vaste uitkering bij een verzekeraar. Uw pensioenfonds voert geen pensioen met een vaste uitkering uit.
  • De netto regeling biedt u met het variabel beleggingspensioen bij uw eigen pensioenfonds meer kans op een hoger pensioen. U ontvangt dan na uw pensioendatum een variabele uitkering die jaarlijks wordt vastgesteld. Het resterende pensioenkapitaal blijft collectief belegd. U kunt ook kiezen voor het inkopen van pensioen met een vaste uitkering bij een verzekeraar naar keuze.
  • Kiest u voor een variabel beleggingspensioen, dan wordt naarmate uw pensioendatum nadert steeds meer belegd in het Doorbeleggingsfonds met een gemiddeld risico en een gemiddeld verwacht rendement. Kiest u voor een pensioen met een vaste uitkering, dan wordt naarmate uw pensioendatum nadert steeds meer belegd in het Obligatiefonds. In dit fonds worden de risico’s steeds verder afgebouwd, waardoor het rendement naar verwachting lager is.
  • U kunt uw keuze nog wijzigen tot uiterlijk 2 maanden voor uw pensioendatum. Een wijziging betekent dat wij uw beleggingsmix aanpassen in de fase dat het kapitaal wordt opgebouwd. Dit kan gevolgen hebben voor de hoogte van uw uiteindelijke kapitaal. Het kan ook betekenen dat tot de datum van de wijziging niet optimaal is belegd. Uw beleggingen waren namelijk gericht op de andere keuze. Daarnaast kunnen aan een wijziging aan- en verkoopkosten verbonden zijn.
  • Geeft u geen keuze door? Dan worden uw beleggingen gebaseerd op een pensioen met een vaste uitkering.

Keuzemoment 3: uiterlijk twee maanden voor uw pensioendatum maakt u een definitieve keuze voor een variabel beleggingspensioen of een pensioen met een vaste uitkering

Ongeveer zes maanden voor uw pensioendatum ontvangt u van ons bericht met uitgebreide informatie over het aanvragen van uw pensioen. Hierbij ontvangt u dan ook het verzoek om uw definitieve keuze aan ons door te geven. Uiterlijk twee maanden voor uw pensioendatum moet uw keuze bij ons bekend zijn.

Geeft u geen keuze door? Dan gaat het fonds uit van uw laatste keuze. Hebt u nooit eerder een keuze gemaakt? Dan gaan wij ervan uit dat u kiest voor een pensioen met een vaste uitkering.

 

Keuzes afhankelijk van uw persoonlijke situatie

Wilt u een lopende deelname beëindigen?
Dan kunt u dit doorgeven aan het pensioenfonds door een afstandsverklaring op te sturen. Hebt u een partner? Dan moet uw partner de afstandsverklaring ook tekenen. Als u afstand doet, dan eindigt uw lopende deelname op de eerste dag van de tweede kalendermaand nadat het pensioenfonds de afstandsverklaring heeft ontvangen. Dus als het pensioenfonds de afstandsverklaring op 16 augustus ontvangt, dan eindigt uw deelname op 1 oktober. Dan stopt ook de premiebetaling voor de netto pensioenregeling. U behoudt wel de keuzemogelijkheden (zie Hoofdstuk 3):

  • welke belegginswijze (standaard, offensief of defensief)
  • een variabel beleggingspensioen of een pensioen met een vaste uitkering

Wat betekent beëindiging voor uw opgebouwde kapitaal? Dit kapitaal blijft het pensioenfonds tot de pensioendatum voor u beleggen. De kosten voor de uitvoering worden aan het kapitaal onttrokken. Het kapitaal eerder laten uitkeren is niet mogelijk. Ook stopt de dekking van het overlijdensrisico voor het netto nabestaandenpensioen en het wezenpensioen. Maar u kunt wel een deel van het opgebouwde netto pensioenkapitaal gebruiken voor de inkoop van een netto nabestaandenpensioen en wezenpensioen bij een verzekeraar van uw keuze. Zo blijven uw nabestaanden toch verzekerd van een uitkering mocht u overlijden nadat u bent gestopt met deelnemen. Bij overlijden vóór uw pensioendatum blijft het netto pensioenkapitaal binnen het pensioenfonds. Het wordt gebruikt voor het indexeren van het netto nabestaanden- en wezenpensioen dat al wordt uitgekeerd.

Wilt u op een later moment toch weer deelnemen?
U kunt op een later moment (minimaal drie jaar later) weer gaan deelnemen aan de netto pensioenregeling. Vraag dan het pensioenfonds om de afstandsverklaring in te trekken. Bij dit verzoek moet een verklaring van een medisch specialist toegevoegd worden over uw gezondheid. Op basis van deze verklaring beslist het pensioenfonds of u kunt deelnemen en zo ja, per wanneer. Als u weer deelneemt en u overlijdt vervolgens binnen één jaar, dan keert het pensioenfonds het netto nabestaanden- en wezenpensioen alleen uit als kan worden vastgesteld dat uw overlijden geen gevolg is van een aandoening of ziekte die u al had toen u als deelnemer werd toegelaten.

Verandert u van werkgever? 
Als u uit dienst gaat bij KLM, kunt u niet blijven deelnemen aan de netto pensioenregeling. Verandert u van baan en wilt u uw netto pensioen meenemen, dan kan dit alleen als de pensioenregeling van uw nieuwe werkgever ook een netto pensioenregeling uitvoert. Wilt of kunt u uw pensioen niet meenemen? Dan blijft uw pensioenkapitaal bij Pensioenfonds Vliegend Personeel KLM belegd en blijft u uitvoerings- en beleggingskosten betalen. U koopt vervolgens met het kapitaal op uw pensioendatum een netto pensioen voor uzelf en uw eventuele partner.

Wilt u eerder of later met pensioen?
In de basispensioenregeling van pensioenfonds Vliegend Personeel KLM is de pensioenleeftijd 58 jaar. In plaats van met pensioen te gaan op uw 58e kunt er ervoor kiezen om eerder of later met pensioen te gaan. De gekozen eerdere of latere pensioendatum geldt ook voor uw netto pensioen. Als u eerder of later met pensioen wilt, moet u dit tenminste drie maanden voor de gewenste ingangsdatum aanvragen. Bespreek dit met uw werkgever.

 

 

 

Pensioen 1-2-3

Meer weten over uw pensioen?

 

Bekijk in 5 minuten 
basispensioenregeling (Laag 1-2)
netto pensioenregeling (Laag 1-2)
of bekijk de Documenten (Laag 3)