Pensioen 123 Laag 2

Ruilen ouderdoms-/ nabestaandenpensioen

Ouderdomspensioen ruilen voor nabestaandenpensioen

De risicoverzekering voor nabestaandenpensioen stopt als u met pensioen gaat, als u eerder KLM verlaat of als uw relatie eindigt. Standaard is er dan geen nabestaandenpensioen meer voor uw (ex-)partner.

U kunt kiezen voor ruilen van ouderdomspensioen voor nabestaandenpensioen

U krijgt dan een lager ouderdomspensioen. Maar uw partner krijgt dan wel weer een nabestaandenpensioen van Pensioenfonds Vliegend Personeel KLM als u komt te overlijden.

De risicoverzekering voor nabestaandenpensioen eindigt als u met pensioen gaat, eerder KLM verlaat of uw relatie eindigt

Hier moet u aan denken bij het ruilen van ouderdomspensioen voor nabestaandenpensioen

  • De keuze is eenmalig. Als u bij pensionering eenmaal gekozen hebt om wel of niet te ruilen kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. In Mijn basispensioen kunt u de bedragen van uw ouderdomspensioen en uw nabestaandenpensioen bekijken als u kiest voor ruilen.
  • Het pensioenfonds gebruikt omrekenfactoren voor het berekenen van uw pensioen. Deze factoren worden jaarlijks vastgesteld en kunnen dus wijzigen. Dit heeft invloed op de hoogte van uw pensioen.

Veelgestelde vragen

  • Uw partner komt in aanmerking voor nabestaandenpensioen als u:

    • Getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap hebt. Wij krijgen een huwelijk of geregistreerd partnerschap automatisch door via de Basisregistratie Personen (BRP). Denk er wel aan uw huwelijk of geregistreerd partnerschap ook bij HR KLM te melden. Zo kan uw partner eventueel ook in aanmerking komen voor IPB en collectieve verzekeringen.
    • Een door KLM erkend samenlevingsverband hebt. Meld uw nieuwe partner aan bij HR KLM. Zodra KLM uw samenlevingsverband erkent, meldt KLM uw partner aan bij het pensioenfonds.
  • Omrekenfactoren zijn getallen die we gebruiken om uw pensioen om te rekenen wanneer u bepaalde keuzes maakt. Deze omrekenfactoren zijn onder andere gebaseerd op hoe oud we gemiddeld worden en de stand van de rente. De omrekenfactoren worden jaarlijks vastgesteld en kunnen dus wijzigen. Daarom kan een berekening die u hebt gemaakt met de factoren van vorig jaar anders uitpakken wanneer u de berekening maakt met de factoren van dit jaar. U vindt de factoren in het pensioenreglement . Daar heten dit de fondsfactoren. Ze staan in bijlage 11 tot en met 13.